Terug              

                                

De Oorsprong van :  Shaolin Gung Fu   

                      
De Indiase monnik Batuo (Buddhabhadra) was in 464 een van de eerste Indiase monniken die naar China kwam. Buddhabhadra betekent: Man met geweten. In China staat hij bekend onder de naam : Fo Tuo. In India verkeerde hij in gezelschap van 5 anderen. Samen zochten zij naar verlichting binnen het Boeddhisme, maar alleen zijn 5 kameraden bereikten deze in India. Hij verloor zijn vertrouwen niet en zijn kameraden gaven hem het advies om naar China te gaan om daar verlichting te zoeken. Na omzwervingen in verschillende landen kwam hij in China aan, waar hij opgemerkt werd door keizer Xiao Wen. De keizer nam hem aan als beschermeling, en Batuo trok later met hem naar Luoyang. Gezegd word dat hij in deze periode verlichting bereikte. Men zegt dat Batuo ervan hield om zichzelf af te zonderen in de beboste omgeving van het Song gebergte. De keizer zag dit en bepaalde dat daar, aan de voet van de Shaoshi berg de Shaolin tempel  ter ere van hem moest komen. De bouw begon in 495. Alleen een tempel werd op dat moment gebouwd, geen andere gebouwen en nog geen land dat bij de tempel hoorde. Men moet weten dat destijds het een grote eer was wanneer er een monnik uit India naar China kwam. Sommigen zeggen dat de vechtkunsten al aanwezig waren in de tempel ten tijde van Buddhabhadra. Zij spreken over zijn briljante leerling Seng Chou die met zijn Shaolin Gun (stok) 2 tijgers scheidde die met elkaar in gevecht waren.                           

De Shaolin tempel  ligt in de provincie Henan, 13 kilometer van de hoofdstad van het district Denfeng. In 495 n. Chr. werd de Shaolin tempel gebouwd aan de voet van het Songshan Gebergte, in opdracht van de toenmalige keizer Xiao Wen van de Noordelijke Wei Dynastie (386-534). De tempel werd gebouwd aan de voet van het berggedeelte Shaoshi en staat nu op de plek waar eens een jong woud stond. Daarom heet het nu Shaolin: de tempel van het jonge woud. Voor de ingang van de tempel stroomt de Shaoxi (of Shaoshixi), deze beschermt de tempel volgens de regels van het Fengshui tegen slechte invloeden van buiten af.


Bodhidharma ,de Chinezen noemden de Indiase monnik Tamo (Damo) en de Japanners, Daruma Tashi , bezocht in de zesde eeuw de tempel.

Hij was een mysterieus figuur, zowel op het gebied van Wushu als het Boeddhisme. Veel Zen sekten in Japan, waar zijn naam als Bo Dai Daru Ma: Daruma geschreven word, zien hem als één van hun patriarchen, terwijl anderen hem totaal negeren. Zijn rol in de vechtkunsten is nog meer omstreden dan zijn rol in Chan. Alhoewel hij nooit als hoofd van het Shaolin klooster erkend is, is zijn invloed aanzienlijk en wordt zijn leer in direct verband gebracht met het klooster.

Volgens de legende was hij de zoon van de Koning Sughanda van Kanchipura ( Xing chih ) van een kleine stam uit Zuid India. Hij moet geboren zijn rond het jaar 483 en gestorven tussen de jaren 526 en 536, waarschijnlijk in het jaar 532. Zijn meest voorkomende naam is echter Bodhidharma Sardili. De periode voordat hij geboren werd, waren tijden van onrust, zowel in India als in China. India werd aangevallen door de Hunnen, zij trokken plunderend door het land. Bodhidharma werd temidden van deze politieke en militaire onrust geboren. Als prins heeft hij een militaire opvoeding en training gehad, zodat hij zijn vader op zou kunnen volgen in die roerige tijden. Hij was dan waarschijnlijk ook lid van de Ksatryas (strijders kaste). Als lid van de Ksatryas kaste, moet hij ook de vechtkunst Kalaripayat bestudeerd hebben. (
Kalaripayat is de eeuwenoude vechtkunst van Kerala ( Zuid-Indië ). Aan de basis van het leren ligt het omgaan met een bewegingstaal die geïnspireerd is op dieren.)De streek waar hij vandaan komt is met name bekend hierom.                          

Ondanks dit kwam hij in aanraking met het Boeddhisme, en ging in de leer bij de beroemde leraar Prajnatara  , en vanaf dat ogenblik volgde hij de Boeddhistische stroming.

Prajnatara was de 27ste Boeddha  na Mahakasyapa, de eerste discipel van Sakyamuni ( Sakyamuni Boeddha is de historische stichter van het Boeddhisme ). Bodhidharma kreeg zijn naam van zijn leraar en werd door hem naar China gestuurd. In die tijd was India volgens de Chinezen het spirituele centrum, omdat het boeddhisme daarvan kwam. Veel van de Chinese keizers stuurden priesters naar India om te studeren en om geschriften mee terug te nemen. Ook inviteerde zij Indiase priesters om in China te prediken.  In ongeveer 527 n.Chr. kwam Bodhidharma naar China.Toen was het boeddhisme dus al zeer populair. 

 

Keizer Wu Di    ( keizer van 502 tot 549, van de Liang Dynastie 502-557 ) was een fanatiek boeddhist. De legendes vertellen het volgende over de aankomst van Bodhidharma in China: Hij reisde 3 jaar en kwam aan in de stad Guangzhou. Keizer Wu Di liet Bodhidharma in Jinling ( het huidige Nanjing ) op audiëntie komen, waar hij hem op een opsomming van zijn eigen toewijding aan het Boeddisme, door te spreken over de gebouwde tempels, de geïnstalleerde geestelijkheid en de openbaar gemaakte sutra's. Het was een lange lijst maar tenslotte hield hij op, ongetwijfeld verbijsterd door de onverschilligheid van zijn gast. Om een reactie uit te lokken vroeg hij: 'gegeven dit alles, welke verdiensten heb ik verworven?' Bodhidharma fronste het voorhoofd en antwoordde: 'Geen enkele, uwe majesteit'. De keizer stond versteld van dit antwoord, maar drong aan door nog een populaire vraag te stellen: 'wat is het meest belangrijke principe van het boeddhisme?' Op dit tweede punt antwoordde Bodhidharma abrupt: 'Uitgestrekte leegte'. Ook dit antwoord verbijsterde de keizer en hij vroeg tenslotte in wanhoop wie nu wel de gebaarde bezoeker was, die voor hem stond, waarop Bodhidharma opgewekt toegaf daar geen idee van te hebben. Het gesprek eindigde even abrupt als dat het begonnen was, Bodhidharma verontschuldigde zich en ging verder. In ieder geval zag Bodhidharma in dat de keizer de stroming van het Boeddhisme niet helemaal bevatte en dat niet hoefde te rekenen op keizerlijke bescherming.
 
Woud der pagoda's ,begraafplaats van hooggeplaatste monniken.

 
Hij besloot daarop af te reizen naar de Yung Ning tempel in Luoyang, in die tijd een Boeddhistisch centrum in China Hij moet daar tussen 520 en 527 zijn aangekomen,omdat de tempel niet voor 516 werd gebouwd en in 534 door een brand werd verwoest. Daarna reisde hij door naar het beroemde Shaolin klooster in de provincie Honan. Na Buddhabhadra is Bodhidharma de tweede belangrijke Indiër die naar de Shaolin tempel kwam.

Volgens de legende werd hem echter na aankomst bij de Shaolin tempel werd hem de toegang  door de toenmalige abt Fang Chang geweigerd. Hierop besloot Bodhidharma zich terug te trekken in een nabij gelegen grot om daar in diepe meditatie af te wachten tot hij werd toegelaten.  Vervolgens zou Bodhidarma negen jaar lang aan een stuk door gemediteerd hebben in een grot.

Deze grot staat nu bekend als de Damo grot.

Hij zat hierbij met zijn gezicht naar de rotswand waardoor zijn schaduw in de rotswand geëtst werd. Deze schaduwprint van zijn is afbeelding te zien op deze steen, die bewaard wordt in de 1000 boeddha hal.

Na negen jaar werd hij alsnog toegelaten in het klooster . 

Na zijn intrede viel het Bodhidharma op dat de monniken niet bijzonder fit waren. Omdat hij tijdens zijn afzondering oefeningen ontwikkeld had om zelf in vorm te blijven, begon hij deze technieken te onderwijzen aan de monniken.

Deze oefeningen ,een serie van 18 bewegingen, tegenwoordig bekend onder de naam " de 18 handen van Lo-Han",kunnen worden beschouwd als de fundamenten van de vechtkunsten, waardoor de Shaolin tempel bekend is geworden.

 1. Crane Dance 
 2. Dragon Dance 
 3. Pressing and lifting 
 4. Single Phoenix Dance 
 5. Tiger looking askance 
 6. Body Turning 
 7. Circling 
 8. Advancing and retreating 
 9. Drawing the bow 
 10. Boy worshipping Avalokitesvara 
 11. Beauty sporting with lotus 
 12. Bear looking back 
 13. Abrupt lifting 
 14. Fairy crossing palms at the back 
 15. Welcoming a guest 

 16. Elephant standing on the hind legs 
 17. Single pheasant Dance 
 18. Crane standing on one foot 

In de jaren die hij daar verbleef leerde hij Hui Ke het Boeddhisme.  Hij droeg zijn inzichten in de vorm van een exemplaar van de Lankavatara Sutra aan zijn opvolger over en vertrok uit het klooster.



Wat gebeurde er uiteindelijk met deze reizende goeroe uit India? Stierf hij vergiftigd door een jaloerse monnik, zoals de ene legende verklaart; of trok hij naar Centraal Azië, wat een andere legende wil; of ging hij naar Japan, wat volgens weer een ander verhaal het geval is? Een ander verhaal vertelt dat Damo op 150-jarige leeftijd stierf op de oevers van de Luohe rivier na enkele malen vergiftigd te zijn. Hij is begraven in Xunger Shan ( Berenoor heuvel ), waar ter nagedachtenis een pagode is opgericht.

3 jaar na zijn dood kwam een boeddhistische leek, Song Yun, die naar China terugkeerde uit de westerse regionen, waar hij als zakenvertegenwoordiger van de Chinese regering zaken had gedaan, Bodhidharma in de bergen ( Cong Ling ) van Turkestan tegen. Bodhidharma liep blootsvoets met één schoen in de hand. Song vroeg waar hij heen ging, en Bodhidharma antwoordde: “Naar het Westelijke Paradijs (India), mijn zoon”. Tevens deelde hij Song mede dat de keizer gestorven was. Toen hij in Luoyang aankwam hoorde hij dat de keizer inderdaad was overleden. Hij vertelde zijn verhaal aan de nieuwe keizer, die opdracht gaf om het graf van Bodhidharma te openen. In het graf was slecht een schoen aanwezig. De schoen werd uit het graf gehaald en in de Shaolin tempel bewaart als heilig voorwerp. Sindsdien wordt Bodhidharma op tekeningen en schilderijen altijd blootsvoets- en met één schoen aan met een stok afgebeeld. Chinese schoenmakers hebben om deze reden Damo als hun beschermheilige geadopteerd, en vieren elk jaar zijn verjaardag.


De meeste historici zijn het erover eens, dat in de zestiende eeuw een jonge man, Kwok Yuen genaamd, zijn intrede deed in de tempel en vanuit de oorspronkelijke 18 bewegingen 72 bewegingen ontwikkelde.

Alhoewel Kwok Yuen een uitzonderlijke goede boxer en wapenexpert was, bleek hij toch niet tevreden met zijn kunnen. Hij reisde dan ook heel China door, op zoek naar nieuwe leraren met een grotere kennis van het vechten dan hij had.

Hij vond de meester Pak Yook Fong en een oude meester, Li genaamd, die allebei zeer bedreven waren in de Klauwen-stijl.
Deze drie keerden naar het klooster terug en veranderden de 72 bewegingen in 170 en maakten een onderverdeling in vijf verschillende stijlen: 

Tijger          

Kraanvogel

Luipaard    

Draak         

Slang          


De Honan tempel werd in de achttiende eeuw door regeringstroepen verwoest. Zoals het verhaal wil, overvielen 60.000 soldaten de kloosterplaats.

De tempel brandde af, de gevluchte monniken vervolgde men genadeloos. Een aantal monniken vluchtte naar Zuid-China, naar de Fukien tempel. Bij de vernietiging van deze tempel lieten jaren later meer dan 1.000 Shaolinaanhangers dapper hun leven.
Slechts een aantal personen ontkwam aan dit bloedbad. De gevluchte monniken zorgden vlijtig voor de verbreiding van Shaolin Kung Fu. Ze onderwezen nu in hun ooit zo streng bewaakte geheime vechtkunsten om het volk op die manier voor te bereiden op het gevecht met de gehate regering.Deze kunst waaide uit over Zuid-China en verviel in vijf stijlrichtingen, die allemaal benoemd zijn naar hun vijf oprichters: Hung, Lau, Mok, Choy en Lee.Deze monniken gaven de geboorte aan vijf stijlen: Hung Gar , Liu Gar , Choy Gar , Li Gar en Mo Gar.

Shaolin kung fu  is verdeeld in 2 scholen: Shaolin van het Noorden ( bekent om zijn voettechniekenen ), en  Shaolin van het Zuiden ,de Fukien tempel( bekent om zijn  vuisttechieken ).Beide Shaolin scholen maken gebruik van de 5 basis vormen: de draak, de slang, de kraanvogel, de tijger en de luipaard.

De Shaolin van het Noorden verdeelt zich in 3 takken namelijk: Hung die de nadruk legt op fysieke kracht. Kung die de nadruk legt op souplesse. En Yue waar men gebruik maakt van de kracht en de souplesse.

De Shaolin van het Zuiden bestaat uit 5 basisscholen: Ta Hung men , Liu Chia Chuan , Tsai Chia Chuan , Li Chia Chuan en Mo Chia Chuan.